(Vertaling van Antizionism: A Jewish History voor De Arbeiderspers, 2026; i.s.m. Paul van der Lecq)
Citaten uit de pers
‘In vlot geschreven en origineel gedocumenteerde minibiografieën stelt [Moser] twaalf Joodse antizionisten voor. Vier vrouwen en acht mannen. Het zijn schrijvers, rabbijnen, juristen, politici, kunstenaars en geleerden. Samen omvatten ze 150 jaar aan tegengeluid. Wie denkt dat demonstranten die “From the river to the sea, Palestine will be free” scanderen simpelweg “de nuttige idioten van Hamas” zijn, leest hier dat hun protest juist wortelt in de Joodse geschiedenis. (… ) Antizionisme is een belangrijke aanvulling op [eerdere boeken van Joodse auteurs die hun afkeer van Israëls koers delen], omdat Moser in zijn eigen worsteling nadrukkelijk terugkeert naar de oerteksten van het zionisme.’ Alex Burghoorn in de Volkskrant
‘Moser gaat als biograaf te werk door twaalf antizionisten te portretteren uit verschillende tijdvakken en landen. Het zorgt voor een gevarieerde en rijke leeservaring. We volgen een Poolse rabbijn aan het einde van de negentiende eeuw, een Egyptische communist in de jaren veertig, een Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsstrijder in de jaren negentig en een Braziliaanse journaliste tijdens de Suezcrisis van 1956. (…) Deze individuen gebruikt hij als kapstok om de verschillende mythen van het zionisme te ontkrachten.’ Esha Guy Hadjadj in De Groene Amsterdammer
‘Antizionisme staat [vol] ongemakkelijke waarheden. Al vanaf de tijd waarin Herzl, de grondlegger van het zionisme, zijn Der Judenstaat (1896) publiceerde, hebben zionisten banden aangegaan met racisten om ongewenste Joden te verwijderen uit verschillende landen. (…) Sterk is ook dat antizionisten door Moser als mens worden neergezet: ze worstelen, het duurt lang voordat ze het zionisme afwijzen en ze kunnen ook van mening veranderen. (…) De stemmen van de antizionisten zijn te complex om in al hun nuances weer te geven, maar Moser doet zijn best om dat toch te doen. Antizionisme is een combinatie van geschiedschrijving, biografie en activistisch pamflet. Het verhaal is overigens niet nieuw: in academische kringen, bij historici en geïnteresseerde leken is het antizionisme bekend. (…) Moser heeft de geschiedenis van het antizionisme niet uitgevonden, maar hij heeft zich heel goed geïnformeerd en het antizionisme voor een breed publiek toegankelijk gemaakt in een vlot geschreven boek. En dat is een niet geringe verdienste.’ Kris Velter op Tzum.nl
‘Moedig en gepassioneerd. (…) Menselijk. (…) Een belangrijke en onthullende bijdrage aan het aanzwellende debat over de ethische aspecten van het zionisme, even vurig en indringend als oprecht en ontroerend.’ William Dalrymple
‘In een tijd waarin sommige zionisten de vrijheid van meningsuiting proberen in te perken door antizionisme als antisemitisme te definiëren, en sommige antizionisten hun vizier richten op Joden alsof ze stuk voor stuk zionisten zijn, biedt Mosers boek een urgente weerlegging van zulke simplificaties. Ik hoop dat het door een groot publiek gelezen zal worden.’ Peter Singer
‘Een van die zeldzame boeken waardoor zowel je geest als je ziel wordt verruimd.’ Pankaj Mishra
Inspiratie
Tijdens het werk aan Antizionisme heb ik dankbaar inspiratie geput uit deze nET eCHT media. Daarnaast hebben Paul van der Lecq en ik deze vertaling mede kunnen maken dankzij een projectsubsidie van het Nederlands Letterenfonds.
Leesfragment: De Herzl van mijn grootvader
Het is een kloek blauw boek. Het is een luxueus boek, een boek dat het goed zou doen als een stijlvol cadeau.
Het is een boek dat gekocht wil worden, bekeken, getoond, meer dan of evenzeer als het wil worden gelezen.
Gelezen had ik Theodor Herzls Zionistische Schriften niet, maar ik sleepte het wel jarenlang met me mee. Het stond op verschillende planken, in verschillende huizen, in verschillende steden, als de talisman van een grootvader die ik nooit heb gekend. Zijn naam was Franz Egon Moses. Hij werd geboren in Breslau, toen een Duitse en nu een Poolse stad. Hij stamde uit een gegoede koopmansfamilie, en toen hij in 1899 werd geboren zullen velen hem mogelijk hebben benijd om zijn geboorte in zo’n gezin, op zo’n plek. Maar de tijd zat niet mee. Hij was vijftien toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en op zijn achttiende werd hij naar de loopgraven gestuurd. Na de Duitse nederlaag liep hij vanuit Frankrijk ruim duizend kilometer terug naar huis in Breslau. Onderweg at hij enkel rapen. Hij ging studeren, verhuisde naar Berlijn, veranderde zijn naam in het minder Joods klinkende Moser en woonde in de hoofdstad toen de nazi’s hun opwachting maakten.
Kort voor de grote aardbeving in San Francisco van 1906 werd in Californië een nicht van hem geboren. Nadat hun bedrijf met de grond gelijk was gemaakt, keerden zij en haar familie terug naar Duitsland. Maar dankzij dat gelukkige toeval van die in Amerika geboren nicht kon de familie decennia later voor de nazi’s vluchten. Mijn opa arriveerde in 1938 in New York. Hij werkte in de buurt van Times Square als hoofd van de avondploeg van Lindy’s, een deli die veel klandizie trok van Broadwaysterren, komieken en gangsters. Een broer van hem vond werk in Houston. Franz voegde zich in 1943 bij hem en begon uiteindelijk zijn eigen zaak, een verffabriek.
Dat was ook het jaar waarin hij mijn grootmoeder ontmoette, Elizabeth Lurie, die in 1909 in Texas werd geboren en in haar woonplaats leiding gaf aan het plaatselijke Joods Gemeenschapscentrum. Hij was naar het gemeenschapscentrum gekomen om zichzelf voor zijn verjaardag op een boek te trakteren, een deel van het verzameld werk van Sjolem Asch. Ze trouwden, betrokken uiteindelijk een bungalow in een gloednieuwe buitenwijk en kregen drie zonen.
Hij stierf in 1959 aan een hartaanval. Hij was toen zestig jaar oud.
Toen de details van zijn leven me duidelijk werden, begreep ik hoe verschrikkelijk het was geweest. Toch had hij meer geluk gehad dan vele anderen. Hij stierf in een ziekenhuis in Amerika – niet in een modderige loopgraaf in Frankrijk, niet in een gaskamer in Polen – waarbij hij zich kon verheugen in de gedachte dat zijn zonen vrije burgers van een vrij land waren.
Ik ben de zoon van zijn oudste zoon, die op de dag een jaar na de bevrijding van Auschwitz in Houston werd geboren. Zelf ben ik in 1976 in Houston geboren. Bij mijn oma thuis, waar ik als kind vaak kwam, waren weinig aandenkens aan mijn opa te vinden. Aan de buitenkant leek het huis op miljoenen andere vrijstaande huizen zoals die in de naoorlogse Amerikaanse buitenwijken in eindeloze rijen waren neergezet. Binnenshuis kon je echter hier en daar een glimp opvangen van een bombastische, bijna wagneriaanse smaak, die niet leek te passen bij de zonovergoten autowegen en shoppingmalls in de buitenwereld. Ook al was mijn opa allang dood, ik kon zijn leven, zijn ballingschap, om me heen voelen. Maar er waren weinig persoonlijke aandenkens aan dat leven. In kasten, in dozen, kwam ik soms toevallig wat brieven of foto’s tegen, maar er was slechts een handjevol Duitse boeken te vinden, allemaal in naoorlogse edities en waarschijnlijk gekocht in Amerika.
Het enige boek dat was overgebleven uit zijn tijd in Duitsland was die dikke blauwe band van Herzl. Op het omslag was een zilverkleurig portret van de auteur in reliëf aangebracht. Het boek was geredigeerd door Herzls vriend Leon Kellner en in 1905 uitgegeven door het Jüdischer Verlag in Charlottenburg, Berlijn, slechts één jaar nadat Herzl op zijn vierenveertigste was gestorven. Aan de binnenkant van het omslag was een kleine plakzegel aangebracht: KOEBNER’SCHE BUCHHANDLUNG & ANTIQUARIAT, BRESLAU I, SCHMIEDEBRÜCKE 17/18. Ik stelde me voor dat Franz het had gekocht toen hij nog in Breslau woonde. Maar dat was nog voor de Eerste Wereldoorlog, en waarom zou een kind zo’n groot en duur boek kopen, een boek voor volwassenen? Misschien was het een cadeau voor zijn bar mitswa of had hij het gekregen van iemand die hem dierbaar was. Hoe het ook zij, hij had het in 1938 bij zijn vertrek uit Europa meegenomen. Het was zwaar. Hij zeulde het met zich mee naar Amsterdam, naar New York, naar Houston. Het doorstond de decennia, lag veilig in het huis van mijn oma, daarna in dat van mijn ouders en nu in dat van mij. Ik weet waarom ik dit aandenken heb bewaard. Ik weet niet waarom hij dat wilde, de teksten van Herzl waren in elke boekhandel te krijgen.
Dit boek betekende iets voor hem.
Het exemplaar van de Zionistische Schriften van mijn opa betekende daarom iets voor mij.
Leesfragment Echtmedia.net. Copyright bij de auteur.
De uitgever over Antizionisme. En dit is de website van de auteur (Engelstalig).


